direct naar inhoud van Artikel 6 Maatschappelijk
Plan: Panovenweg Dr. Slotlaan
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-0100

Artikel 6 Maatschappelijk

6.1 Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. gebouwen ten behoeve van:

1. maatschappelijke hulpverlening en dienstverlening met gesloten en open behandeling, in bijvoorbeeld een justitiƫle inrichting, met maximaal128 plaatsen;

2. ter plaatse van de aanduiding onderwijs een onderwijsinstelling (on), met maximaal128 plaatsen;

met de daarbij behorende:

b. groenvoorzieningen;

c. bermen en beplanting;

d. paden;

e. waterlopen en waterpartijen;

f. retentie- en infiltratievoorzieningen;

g. tuinen, erven en terreinen;

h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

i. nutsvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt:

j. een ontsluitingsroute ten behoeve van gemotoriseerd verkeer;

met de voorwaarde:

k. dat het pas toegestaan is om deze bestemming te gebruiken of te bebouwen als conform een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtings- en beheerplan de groenzones worden gerealiseerd en in stand gehouden.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, uitgezonderd een fietsenstalling en berging met een oppervlakte van 130 m2 ;

b. de totale oppervlakte van de bebouwing binnen een bouwvlak mag niet meer dan 40 % bedragen;

c. de goot- en bouwhoogte van een gebouw mogen niet meer dan 7 m respectievelijk 10 m bedragen, of, in voorkomend geval, niet meer dan ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte (m)" is aangegeven.

6.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 5 m bedragen;

b. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;

c. de hoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 5 m bedragen;

d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen.

6.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan:

- de situering van de bebouwing;

- de maatvoering van de bebouwing

- de dakhelling van de bebouwing;

- de inrichting van de niet bebouwde terreingedeelten;

ten behoeve van:

a. de bescherming van landschapswaarden;

b. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

c. de woonsituatie;

d. de verkeersveiligheid;

e. de sociale veiligheid;

f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.