direct naar inhoud van 6.1 Flora & fauna
Plan: Panovenweg Dr. Slotlaan
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-0100

6.1 Flora & fauna

Bij het ontwikkelen van gebieden zal altijd gekeken moeten worden hoe de toename van het verhard oppervlakte kan worden gecompenseerd. Uitgangspunt daarbij is het standstill beginsel. Daarbij zal het af te voeren hemelwater tot het minimum beperkt moeten worden. Dit kan worden bereikt door te kijken naar de specifieke mogelijkheden voor het opvangen van water en retentie. Verder biedt een zo natuurlijk mogelijk watersysteem voordelen in beleving- en natuurwaarde.

Het lijkt gezien de beschikbare ruimte en gewenste groen/natuursingels mogelijk om de toename van het verhard oppervlakte te compenseren en in het plangebied zelf op te lossen. Indien noodzakelijk, zal worden gekeken of extra voorzieningen nodig zijn om het vasthouden van water te maximaliseren. Geadviseerd wordt om het waterschap en de gemeente te betrekken bij de waterhuishouding van het plan.

Het plangebied voor fase 1 en 2 bestaat (2008) uit landbouwgrond met grasland en maïsteelt. Ook achter de groensingel wordt het terrein gebruikt voor landbouw. Er zijn binnen de landbouwgebieden geen kwetsbare leefgebieden voor flora en fauna aangetroffen. Ook is het niet waarschijnlijk dat hier soorten met een beschermde status hun leefgebied hebben. Het kan wel zijn dat meer algemeen voorkomende soorten hun nest of hol in het maïsveld hebben.

Vanuit de flora en fauna wetgeving zijn er geen beperkingen te verwachten voor de inrichting van het gebied. Er lijken geen soorten of leefgebieden in gevaar te komen. Compenserende maatregelen zijn dan niet nodig. Wel gelden de algemene regels ten aanzien van bescherming van soorten en leefgebieden van dieren: zorgplicht, Flora en faunawet (artikel 2, flora & faunawet). Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden gehouden met aanwezige planten en dieren. Zo dienen maatregelen te worden getroffen om bijvoorbeeld verstoring tot een minimum te beperken. Dit kan door rekening te houden met kwetsbare perioden, bepaalde essentiële elementen te sparen of aanvullende inrichtingsmaatregelen te treffen. Dit laatste geldt vooral voor de groensingels langs de randen van het gebied.

De aanbevelingen die voortkomen uit de quickscan ecologie (Bijlage 3) zijn:

- Op dit moment kan niet met zekerheid worden vastgesteld of zich in de panden van Rentray en/of de Stchting Rentray vleermuizen huisvesten. Het advies luidt om nader onderzoek te verrichten naar vleermuizen in de te slopen panden die geschikt zijn voor vleermuizen. Deze onderzoeken worden voor het slopen van de desbetreffende panden uitgevoerd.

- De natuurontwikkeling in de Ecologische HoofdStructuur wordt geadviseerd om voor te leggen aan de Provincie Gelderland. De gevolgen voor het natura 2000 gebied en de EHS zijn eerder positief dan negatief te noemen, het levert terreinwinst op voor de natuur.