direct naar inhoud van 6.9 Watertoets
Plan: Panovenweg Dr. Slotlaan
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-0100

6.9 Watertoets

Sinds 1 november 2003 is het verplicht plannen in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te toetsen op water. Het doel van deze 'watertoets', zie Bijlage 7, is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. De waterhuishouding bestaat uit de overheidszorg die zich richt op het op en in de bodem vrij aanwezige water, met het oog op de daarbij behorende belangen. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater valt onder de zorg voor de waterhuishouding. Naast veiligheid en wateroverlast (waterkwantiteit) worden ook de gevolgen van het plan voor de waterkwaliteit en verdroging onderzocht.

Omgang met hemelwater in de toekomst

In het kader van duurzaam stedelijk waterbeheer wordt voorkomen om problemen te veroorzaken in andere tijden, op andere plaatsen en in andere compartimenten. Dit geldt zowel voor waterkwaliteit als waterkwantiteit. Daarbij is de gebruikelijke voorkeursvolgorde gevolgd: hergebruik – infiltratie in de bodem – bergen en vertraagd afvoeren – afvoeren naar oppervlaktewater dan wel riolering. Hergebruik van hemelwater is gezien de kleinschaligheid van het plan en de gezondheidsrisico's niet haalbaar en wenselijk. Infiltratiemogelijkheden zijn in dit plan beperkt en beperken zich tot de bovenste circa 1,0 m van de bodem, daaronder zit het grondwater. Om deze reden wordt gekozen voor een voorziening die een vertraagde afvoer heeft naar oppervlaktewater, maar eveneens hemelwater infiltreert in de bodem.

Het hemelwater van verhardingen (daken, wegen, overige verharding) wordt gescheiden van het vuile water ingezameld. Het vuile water wordt aangesloten op de riolering van Rekken (Van Ouwenallerlaan). Het schone hemelwater wordt separaat ingezameld en komt niet tot afvoer naar de rioolwaterzuivering. Voor de toename van het verharde oppervlak dient extra wateropvang gerealiseerd te worden.

Het hemelwater wordt opgevangen en zo mogelijk oppervlakkig in noordwestelijke richting afgevoerd. Het hemelwater komt via het dak in een bovengrondse en droogvallende voorziening van bijvoorbeeld 0,5 m diep. Daarbij worden flauwe taluds toegepast om de infiltratiecapaciteit te vergroten en de wadi landschappelijk beter in te passen. De afwatering vindt plaats in noordwestelijke richting, naar het lagere deel van het plangebied. Het watersysteem dient in overleg met waterschap Rijn en IJssel en gemeente Berkelland verder te worden gedimensioneerd en uitgewerkt.

Voor dit plan zijn op dit moment twee hemelwatersystemen in beeld:

- 40 mm opvangen in een retentievoorziening, landelijke afvoer naar oppervlaktewater, een klein deel van het hemelwater infiltreert op natuurlijke wijze voordat het tot afstroom komt;

- 10 mm (meeste buien die door het jaar vallen) opvangen in een infiltratievoorziening, vervolgens overloop naar retentievoorziening met 30 mm diepte die voorzien is van landelijke afvoer naar oppervlaktewater.

Wateroverlast

Wateroverlast wordt voorkomen door de hemelwatervoorzieningen zo in te richten dat hier ruimte is om T=100+10% op te vangen. Hierbij mag het waterpeil in de voorziening stijgen tot aan het maaiveld. Daarnaast worden de vloeren van de bouwblokken minimaal 0,2 m hoger aangelegd dan het omliggend maaiveld. Zo wordt wateroverlast ter plaatse van de bebouwing door afstromend hemelwater tijdens intensieve neerslaggebeurtenissen voorkomen.

Waterkwaliteit

Het water dat van daken en woonstraten af stroomt, is aan te merken als schoon. Zuivering van dit water is dan ook niet noodzakelijk. Hemelwater dat afstroomt van parkeervoorzieningen kan vervuild zijn met olie, PAK of zware metalen. Dit water wordt dan ook via een zuiverende voorziening geleid voordat het water kan infiltreren of afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater.

Het gebruik van uitloogbare materialen (lood, koper, zink) is echter niet toegestaan om de waterkwaliteit te bewaken. Daarnaast worden strooizout en chemische onkruidbestrijding niet of met mate gebruikt.