direct naar inhoud van 6.8 Geur
Plan: Panovenweg Dr. Slotlaan
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-1000

6.8 Geur

De aanwezigheid van agrarisch bedrijven kan geurhinder veroorzaken. De Wet geurhinder regelt de geuremissies van veehouderijen. Deze wet bevat regels omtrent de maximaal toegestane geurbelasting voor gebieden. In beginsel is elke locatie, die is bestemd of permanent of regelmatig wordt gebruikt (menselijk wonen of menselijk verblijf) geurgevoelig.

De gemeente Berkelland is gelegen binnen een concentratiegebied als bedoeld in de Meststoffenwet. Binnen dergelijke gebieden moet de berekende geurbelasting op grond van de Wet geurhinder worden getoetst aan twee standaardnormen:

• 3 odour units per kubieke meter lucht voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom.

• 14 odour units per kubieke meter lucht voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom.

Panovenweg 10

Nabij het plangebied bevindt zich aan de Panovenweg 10 een varkenshouderij. Aan dit bedrijf is op 14 april 2011 een revisievergunning verleend. Het bedrijf valt vanwege het vergunde veebestand niet onder de werkingssfeer van het Besluit landbouw milieubeheer.

Het berekende aantal van 8.571 odour units is ingevoerd in V-Stacks Gebied. Met behulp van dit verspreidingsmodel is de geurcontour van 14 odour units/m3 bepaald. De berekening is uitgevoerd vanaf de meest noordelijke hoekpunten van het agrarisch bouwperceel (worst case benadering).

afbeelding "i_NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-1000_0022.jpg"

Zoals valt op te maken uit bovenstaande afbeelding wordt ter plaatse van de voorgestane uitbreiding van Rentray en de nieuwe woningen voldaan aan de hier geldende grenswaarde van 14 odour units/m3. Wel ligt een deel van het bestaande terrein van Rentray binnen de geurcontour. Omdat het uit te breiden gedeelte buiten de geurcontour van 14 odour units valt, vormt dat geen belemmering voor de beoogde clustering van gebouwen aan de Panovenweg.

Van Ouwenallerlaan 17

Ten noorden van de huidige locatie ligt een zorgboerderij aan de Van Ouwenallerlaan 17. Aan dit bedrijf is op 4 januari 2005 een revisievergunning verleend. Het bedrijf valt vanwege het vergunde veebestand niet onder de werkingssfeer van het Besluit landbouw milieubeheer.

Het berekende aantal van 652 odour units is ingevoerd in V-Stacks Gebied. Met behulp van dit verspreidingsmodel is de geurcontour van 14 odour units/m3 bepaald. De berekening is uitgevoerd vanaf het meest nabij de ingetekende woonbestemming gelegen hoekpunt van het agrarisch bouwperceel (worst case benadering).

afbeelding "i_NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-1000_0023.jpg"

Zoals valt op te maken uit bovenstaande afbeelding voldoet het bedrijf ter plaatse van de voorgestane woonfunctie aan de hier geldende grenswaarde van 14 odour units/m3. Vanwege de niet tot odour units te herleiden diercategorieën (melk-/kalfkoeien, vrouwelijk jongvee, paarden en pony's) geldt voor dit bedrijf echter ook een vaste afstand. Aan de in dit geval in acht te nemen afstand van 50 meter lijkt ten opzichte van een nieuw te realiseren woning niet te worden voldaan. Ten opzichte van de nieuwe gebouwen van Rentray voldoet het bedrijf in ieder geval ruimschoots aan de minimale afstand.

Van Ouwenallerlaan 4

Voor de nieuw te realiseren woning op de locatie Van Ouwenallerlaan 4 geldt een bijzondere situatie. De huidige bestemming staat namelijk al een geurgevoelig object toe. Het gaat hier dus om het omzetten van de bestemming van het ene geurgevoelige object naar het andere geurgevoelige object.

Dit is mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  • de voorziene woning mag geen verdergaande beperking van de uitbreidingsmogelijkheden van de veehouderij tot gevolg hebben dan de al bestaande beperkingen;
  • ter plaatse van de voorziene woning moet een goed woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd.

In deze situatie vloeien de beperkingen voor de veehouderij al voort uit de bestaande woning Dennenkamplaan 16 en de huidige bestemming van de locatie Van Ouwenallerlaan 4. De bestemming op de laatste locatie staat namelijk een geurgevoelig object toe. Bij een geurgevoelig object hoeft het niet per se om wonen te gaan. Elk gebouw geschikt voor menselijk verblijf is als geurgevoelig aan te merken (dus ook bijvoorbeeld een kantoor of werkplaats).

Voor wat betreft het woon- en leefklimaat moet in principe worden aangesloten bij een afstand van 50 meter. De berekende geurcontour van dit bedrijf strekt zich minder ver uit, zodat in deze situatie de minimaal in acht te nemen afstand voor dieren zonder geuromrekeningsfactor bepalend is. Anders dan gebruikelijk geldt hierbij de grens van het agrarisch bouwperceel niet als meetpunt. Deze veehouderij heeft immers wegens de te korte afstand tot geurgevoelige objecten toch al niet de mogelijkheid om het volledige agrarische bouwperceel te benutten voor dierenverblijven (andere gebouwen, zoals werktuigenbergingen e.d. kunnen hier nog wel worden gebouwd).

Uitgaande van de bestaande bedrijfsbebouwing is het woon- en leefklimaat op de locatie Van Ouwenallerlaan 4 niet in het geding. De afstand van de gevel van het meest nabijgelegen bedrijfsgebouw tot de gevel van de voorziene woning bedraagt namelijk meer dan 80 meter. Dit terwijl in deze situatie een afstand van 50 meter voldoende is. Het bedrijf blijft overigens net als nu de mogelijkheid houden om dierenverblijven tot op een afstand van 50 meter van omliggende geurgevoelige objecten te bouwen. Op deze afstand is nog steeds sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Wennewick 9

Net aan de andere kant van de grens met Duitsland bevindt zich een melkrundveehouderij met een relatief kleine geurcontour. Enige tijd geleden is bekend geworden dat deze melkrundveehouderij gaat uitbreiden met een vleesvarkensstal. De heer Michaelis heeft voor zijn bestaande rundveebedrijf op de locatie Wennewick 19 te Vreden een vleesvarkensstal aangevraagd en vergund gekregen. In het Duitse equivalent van de milieuvergunning is daarbij het totaal binnen het bedrijf te houden aantal dieren aangegeven. Deze dieren (inclusief stalsystemen) zijn herleid naar de omschrijvingen zoals die in de Nederlandse regelingen worden gebruikt. Daarbij is een berekening van de geuremissie weergegeven.

Het berekende aantal van 18.400 odour units is ingevoerd in V-Stacks Gebied. Met behulp van dit verspreidingsmodel is de geurcontour van 14 odour units/m3 bepaald. Deze geurcontour komt overeen met de voor de gebouwen van Rentray geldende normwaarde voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom.

afbeelding "i_NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-1000_0024.jpg"

Zoals valt op te maken uit bovenstaande afbeelding valt het plangebied van Rentray buiten de aldus bepaalde geurcontour. Ter plaatse van de Rentray en de nieuwe woningen wordt ten opzichte van dit bedrijf dus voldaan aan de grenswaarde van 14 odour units/m3.

Achtergrondbelasting (cumulatie)

Berekening van de achtergrondbelasting (cumulatieve geurhinder van veehouderijen in de omgeving) is in eerste instantie achterwege gelaten. De reden hiervoor is het relatief geringe aantal veehouderijen in de omgeving. De ervaring leert dat in dit soort situaties de voorgrondbelasting (geurbelasting van een individuele veehouderij) meer bepalend is voor het woon- en leefmilieu dan de achtergrondbelasting. Zie onderstaande afbeelding voor een indicatieve benadering van de ligging en geurcontouren van veehouderijen in de omgeving (bron: plan-MER voor de LOG's, februari 2009). Hieruit blijkt dat de meeste veehouderijen in de omgeving relatief ver weg liggen en/of een kleine geuremissie hebben (het gaat om de blauwe contouren).

afbeelding "i_NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-1000_0025.jpg"

Om tegemoet te komen aan de zienswijze en de eerdere aanname te controleren is nu alsnog een berekening van de achtergrondbelasting uitgevoerd. Daarvoor zijn naast de al beschreven veehouderijen ook een aantal andere veehouderijen uit de omgeving betrokken.

Deze veehouderijen zijn als bronnenbestand in V-Stacks Gebied gezet. Voor wat betreft de rekenpunten is uitgegaan van de emissiepunten van de veehouderijen. In de meeste gevallen is gemakshalve uitgegaan van het middelpunt van de veehouderij en standaard invoerwaarden (uiteraard wel met de vergunde/gemelde veebezetting en resulterende geuremissie). Alleen voor de meest kritische veehouderijen (Panovenweg 10 en Wennewick 9) is uitgegaan van de feitelijk vergunde situatie (inclusief gebouwhoogtes, emissiepunthoogtes, uittreesnelheden, etc.). Voor de Van Ouwenallerlaan 17 is dit niet nodig geacht, omdat hier sprake is van een zeer geringe geuremissie.

Met behulp van dit verspreidingsmodel is de geurcontour van 28 odour units/m3 bepaald. Deze achtergrondbelasting komt qua aantal potentieel gehinderden en milieukwaliteit exact overeen met dat van een voorgrondbelasting van 14 odour units/m3 (bron: Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij van Infomil, 6 maart 2007). Uit onderzoek is namelijk gebleken dat de geurhinder als gevolg van één veehouderij (voorgrondbelasting) anders is dan als gevolg van de totale geurbelasting van meerdere veehouderijen (achtergrondbelasting). Hierbij gelden de volgende vuistregels:

  • bedraagt de voorgrondbelasting minder dan de helft van de achtergrondbelasting, dan is de achtergrondbelasting bepalend voor de hinder;
  • als de voorgrondbelasting meer bedraagt dan de helft van de achtergrondbelasting, dan leidt de voorgrondbelasting tot het hoogste geurhinderpercentage.

afbeelding "i_NL.IMRO.1859.BPBGB20090021-1000_0026.jpg"

Bovenstaande afbeelding toont de resultaten van de met V-Stacks Gebied uitgevoerde berekening van de achtergrondbelasting. Naast de al aangegeven geurcontour van 28 odour units/m3 is hierbij ook de geurcontour van 14 odour units/m3 aangegeven. Dit maakt een vergelijking met de voorgrondbelasting bij dezelfde waarde mogelijk. Uit de resultaten komt duidelijk naar voren dat:

  • de voorgrondbelasting meer bepalend is voor het woon- en verblijfsklimaat in het plangebied dan de achtergrondbelasting, omdat:
    • 1. de achtergrondcontouren van 28 odour units/m3 overal kleiner zijn dan de voorgrondcontouren van 14 odour units/m3, zodat
    • 2. de voorgrondbelasting overal meer bedraagt dan de helft van de achtergrondbelasting;
  • de geurcontour van 28 odour units/m3 (achtergrondbelasting) geen woon- of verblijfsfuncties in het plangebied raakt;
  • de achtergrondbelasting door de verspreide ligging van veehouderijen niet veel afwijkt van de voorgrondbelasting per individuele veehouderij (voor de waarde van 14 odour units/m3);
  • de geurcontour van de veehouderij Panovenweg 10 wat kleiner uitvalt dan bij de bepaling van de achtergrondbelasting, nu in dit geval is uitgegaan van de feitelijk vergunde situatie;
  • de geurcontour van de veehouderij Van Ouwenallerlaan 17 zelfs geheel wegvalt, nu in dit geval niet is uitgegaan van de worst case benadering.

Conclusie

De clustering van de gebouwen aan de oostzijde van de Panovenweg te Rekken wordt niet belemmerd door de aanwezigheid van veehouderijen in de omgeving. Voor de nieuw woonfuncties geldt hetzelfde. De in aanvulling op eerdere beoordelingen uitgevoerde berekening van de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) doet hier niets aan af. Sterker nog, de achtergrondbelasting is in deze situatie veel minder van belang voor het woon- en verblijfsklimaat in het plangebied dan de individuele geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting). Deze uitkomst vormt een bevestiging van de eerder gedane aanname.