direct naar inhoud van 5.3 Wateraspecten
Plan: Buitengebied, Camping 't Hölterveld 2011
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1859.BPBGB20110011-1000

5.3 Wateraspecten

5.3.1 Vigerend beleid
5.3.1.1 Europees en rijksbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is in diverse nota's vastgelegd. Het meest directe beleidsplan is de Vierde Nota Waterhuishouding en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, juli 2003). Het bestuursakkoord heeft tot doel om in de periode tot 2015 het hoofdwatersysteem in Nederland te verbeteren en op orde te houden. Belangrijk onderdeel is om de drietrapsstrategie 'vasthouden, bergen, afvoeren' in alle overheidsplannen als verplicht afwegingsprincipe te hanteren. In het Nationaal Bestuursakkoord is vastgelegd dat de watertoets een verplicht te doorlopen proces is in waterrelevante ruimtelijke planprocedures, waarbij een vroegtijdige betrokkenheid van de waterbeheerder in de planvorming wordt gewaarborgd. Verder is water in de Nota Ruimte een belangrijk, structurerend principe voor bestemming, inrichting en gebruik van de ruimte. Om problemen met water te voorkomen, moet, anticiperend op veranderingen in het klimaat, de ruimte zo worden ingericht dat water beter kan worden vastgehouden of geborgen. Dit anticiperen is ook terug te vinden in de op 1 januari 2008 van kracht geworden Wet gemeentelijke watertaken. In deze nieuwe wet zijn de zorgplicht voor het vasthouden en afvoeren van regenwater en de regierol van gemeenten bij de grondwaterzorgplicht vastgelegd.

5.3.1.2 Provinciaal beleid

In het Streekplan Gelderland 2005 wordt ruim aandacht besteedt aan de wateraspecten. De provincie onderscheidt 3 speerpunten als het gaat om waterbeleid.

Ruimte voor water
De provincie streeft hier bij voorkeur rivierkundige maatregelen na waarin ruimte voor de rivier wordt gekoppeld aan andere ruimtelijke ontwikkelingen. Indien ruimte voor de rivier noodzakelijk is zal binnendijks gebied aan het winterbed worden toegevoegd. Hiervoor zullen planologische reservering worden ingesteld. Het bovenstaande geldt niet voor het plangebied.

Regionale berging
Waterbergingsgebieden zijn een belangrijk onderdeel van het watersysteem. Voornamelijk zijn deze gebieden bedoeld voor het tijdelijk bergen van water uit regionale watersystemen ten tijde van extreme neerslaghoeveelheden. In deze gebieden wordt verstedelijking, de aanleg van bedrijventerreinen etc. uitgesloten.

Gemeenten dienen deze waterbergingsgebieden vast te leggen in hun bestemmingsplannen. Het plangebied valt niet binnen een dergelijk zoekgebied zoals deze staan weergegeven in het Streekplan Gelderland 2005.

Drinkwater
In Gelderland zijn een aantal gebieden aangewezen als grondwaterbeschermingsgebieden. Het doel van deze gebieden is er voor te zorgen dat het grondwater op eenvoudige wijze, zonder ingrijpende en kostbare zuivering ervan, kan worden gebruikt voor de bereiding van drinkwater. Het plangebied ligt niet nabij of binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

5.3.1.3 Beleid waterschap Rijn en IJssel

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Reest en Wieden, Velt en Vecht, Regge en Dinkel, Groot Salland en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost.

Waterschap Rijn en IJssel heeft een waterbeheerplan opgesteld voor de periode 2010-2015. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele stroomgebied van Rijn en IJssel en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen.

Het waterbeleid van het waterschap is met name gericht op een duurzame aanpak van het waterbeheer: geen afwenteling, herstel van de veerkracht van het watersysteem, streven naar een meer natuurlijker waterbeheer, zoeken naar meer ruimte voor water, water toepassen als ordenend principe middels het gebruik van waterkansenkaarten en water langer vasthouden mede door flexibeler peilbeheer. Ook het streven naar een betere waterkwaliteit als onderdeel van duurzaamheid is een belangrijk speerpunt (tegengaan van lozingen, minder belasting van het water en het zoveel mogelijk tegengaan van diffuse verontreinigingen).

De twee belangrijkste onderdelen van het waterplan worden gevormd door:

  • het tekort aan waterberging in het landelijk gebied;
  • de inpassing van inrichtingsmaatregelen binnen de maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water.

5.3.2 Waterparagraaf
5.3.2.1 Algemeen

Zoals in voorgaande subparagrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets).

Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

5.3.2.2 Watertoets

De onderstaande watertoets is uitgevoerd ten behoeve van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling en uitbreiding van camping 't Hölterveld aan de Rekkenseweg 25.

Huidige situatie

De woning, het kantinegebouw en de sanitaire voorzieningen van de (mini)camping zijn aangesloten op de gemeentelijke drukriolering. Voor de overige bebouwing geldt dit niet. Het op het dakvlak van de woning vallende hemelwater wordt via zinken goten afgevoerd in de ondergrond. (bij vernieuwing “convenant duurzaam bouwen”) Dit is het enige gebouw met zinken goten.

Van de voormalige varkensschuren heeft één schuur, over een lengte van ca. 20 m een éénzijdige PVC dakgoot, waarbij het hemelwater aan het eind rechtstreeks op het maaiveld bezinkt. Deze schuur zal bij realisering van de plannen blijven bestaan. De andere zal voor het deel, dat blijft bestaan (ca. 15 van de 53 m), zonder goten functioneren.

Alle hemelwater vallend op de toegangswegen en verharde oppervlakken wordt eveneens rechtstreeks op de bovengrond afgevoerd en infiltreert ter plaatse. Bij een te grote hemelwateraanvoer, resp. een te hoge grondwaterstand wordt het surplus aan water afgevoerd via een reeds vele jaren bestaande drainage, die afvoert op de Duistere Beek van het Waterschap Rijn en IJssel, die langs de noordzijde van het terrein loopt en uiteindelijk afvoert in de Ramsbeek.

De standplaatsen van de minicamping hebben geen eigen wateraan- en -afvoervoorzie-ningen. Het hemelwater zakt de grond in.

Hier volgt nog een samenvatting van de bestaande gebouwen en terreinen en hun hemelwaterafvoer:

Woning   zinken goten naar ondergrond  
Westelijke varkensschuur (vml)   20 meter PVC goot naar maaiveld, rest geen goten  
Oostelijke varkensschuur (vml)   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Kantinegebouw   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Oude Achterhoekse schuur   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Overige daken   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Toegangswegen en verharde vlakken   rechtstreeks naar maaiveld  
Mestput (20x10m)   geen vochtafvoer  
Gehele terrein gedraineerd   voert bij overvloed af op Duistere Beek  

Nieuwe situatie

De te handhaven gebouwen, zullen v.w.b. de hemelwaterafvoer geen wijzigingen ondergaan. In totaal zal ca. 570 m² verharding worden verwijderd (370 m² van de oostelijke varkensschuur en 200 m² van de mestput)

Op het oostelijke voorterrein zullen een vijftal trekkershutten worden gebouwd met een vloeroppervlak van 30 m² elk. Deze trekkershutten zullen niet worden voorzien van goten, zodat het hemelwater rechtstreeks in de omliggende grond trekt.

De bestaande Achterhoekse schuur wordt verbouwd tot dagverblijf van een groepsgebouw van ca. 250m², door hieraan enkele delen van de overblijvende varkensschuur toe te voegen. Dit groepsverblijf wordt aangesloten op het gemeentelijke rioleringsnet.

Aan dit gebouw zullen geen goten worden toegepast.

De toe te voegen parkeerplaatsen zullen afvoeren op de omliggende gronden, waar het hemelwater zal bezinken.

Watertoetstabel

Samenvatting Nieuwe situatie (afvoer hemelwater):

Woning   zinken goten naar ondergrond  
Westelijke varkensschuur (vml)   20 meter PVC goot naar maaiveld, rest geen goten  
Oostelijke varkensschuur (vml)   (37 m afgebroken) resterende 15 m geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Kantinegebouw   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Oude Achterhoekse schuur   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Overige daken   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Toegangswegen en verharde vlakken   rechtstreeks naar maaiveld  
Mestput (20x10m)   afgebroken  
Trekkershutten (5 stuks)   geen goten, rechtstreeks naar maaiveld  
Gehele terrein gedraineerd   voert bij overvloed af op Duistere Beek. Er wordt geen nieuwe drainage gerealiseerd  

Riolering en afvalwaterketen

Het afvalwater neemt toe door de ontwikkelingen in dit plan (factor 4). Er is sprake van een gescheiden stelsel (zie hierboven).

Oppervlaktewaterkwaliteit

Ondanks het feit, dat in de winterperiode en bij hevige- en langdurige regenval grondwater wordt geloosd op de Duistere Beek via de aanwezige drainage, kan worden gesteld, dat dit niet zal leiden tot belasting van de waterkwaliteit, doordat er geen functies worden mogelijk gemaakt, die dit zouden kunnen veroorzaken. Normaliter kan het terrein als “redelijk droog” worden gekenschetst.

Overigens is dit bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan het Waterschap Rijn en IJssel. Voor werkzaamheden in de Keurzone van het waterschap Rijn en IJssel zal indien nodig een Watervergunning aangevraagd worden.